|
Diploma eisen
|
|
|
|
|
Amstel
diploma's |
|
Zwem en polo
diploma-1
 |
Waterpolo
1. Met 2 handen vangen en werpen van een waterpolobal.
2. Ongelijkzijdig watertrappen gedurende 30 seconden.
3. Waterpolo borstcrawl met bal (hoofd boven water) dit 5 meter.
4. Waterpolostart op je buik liggend.
5. Waterpolo stop op je buik zwemmend.
6. Waterpolostart op rug ligging.
7. Waterpolo stop op je rug zwemmend.
Wedstrijdzwemmen
1. 150 meter schoolslag.
2. 25 meter borstcrawl
3. 25 meter rugcrawl
4. 100 meter enkelvoudige rugslag.
5. Leren duiken met zwembrilletje op.
6. Koprol voorover ( voor de borstcrawl keerpunt).
7. 10 meter onderwater aan het einde door een gat zwemmen.
|
Zwem en polo
diploma-2
 |
Waterpolo
1. De bal met 2 handen vangen en met 1 hand de bal weer werpen.
2. Gedurende 30 seconden ongelijkzijdig watertrappen dan naar links en
recht verplaatsen en naar voren en achteren verplaatsen.
3. 10 meter waterpoloborstcrawl met bal.
4. Waterpolostart op je buik liggend.
5. Waterpolo stop op je buik zwemmend.
6. Waterpolostart op rug ligging.
7. Waterpolo stop op je rug zwemmend.
Wedstrijdzwemmen
1. 150 meter schoolslag
2. Schoolslag keerpunt
3. 50 meter borstcrawl.
4. 50 meter rugcrawl
5. Rugcrawl start
6. 50 meter enkelvoudige rugslag
7. Goede startduik van af het startblok
8. Koprol voorover ( voor borstcrawl keerpunt)
9. 12 meter onderwater zwemmen aan het einde door het gat.
|
Zwem en polo
diploma-3
 |
Waterpolo
1. De bal met 1 hand vangen en 1 hand gooien over een afstand van 3
meter.
2. Gedurende 30 sec. ongelijkzijdig watertrappen waarin 1 x omhoog wordt
gesprongen.
3. 15 meter waterpolocrawl met bal met op het einde een schot op doel.
4. Op de linkerzij starten.
5. Op de rechterzij starten.
6. Al zwemmend op de linkerzij stoppen.
7. Al zwemmend op de rechterzij stoppen.
8. Rug starten
9. Op rug zwemmend dan stoppen.
Wedstrijdzwemmen
1. 175 meter schoolslag.
2. Schoolslag keerpunt.
3. 75 meter borstcrawl.
4. Beginnend borstcrawl keerpunt.
5. 75 meter rugcrawl.
6. Rugcrawl start.
7. Beginnend rugcrawl keerpunt.
8. 12,5 meter vlinderslag.
9. 25 meter enkelvoudige rugslag.
10. Startduik.
11. 15 meter onderwater aan het einde door het gat zwemmen.
|
Zwem en polo
diploma-4
 |
Waterpolo
1. De bal met 1 hand vangen en 1 hand werpen over een afstand van 6
meter.
2. Gedurende 30 seconde ongelijkzijdig watertrappen onderbroeken door 2x
sprong links zijwaarts en 2x sprong rechts zijwaarts.
3. 20 meter waterpolo borstcrawl afgesloten met schot op het doel.
4. Sprong halve draai met bal.
Wedstrijdzwemmen
1. 175 meter schoolslag.
2. Schoolslag keerpunt.
3. 100 meter borstcrawl.
4. Borstcrawl keerpunt.
5. 100 meter rugcrawl.
6. Rugcrawl start.
7. Rugcrawl keerpunt.
8. 25 meter vlinderslag met 2 handen aantikken.
9. Startduik.
10. 15 meter onderwater zwemmen.
|
Zwem en polo
diploma-5
 |
Waterpolo
1. Gedurende 60 seconde ongelijkzijdig watertrappen onderbroken door 3x
sprong tot navel uit het water.
2. Met 1 hand gooien en met 1 hand werpen van de bal over een afstand
van 8 meter.
3. 25 meter waterpolo bortcrawl onder het zwemmen met de voorhand
methode naar je mede speler(ster) overgooien.
4. Sprong halve draai met tegenstander.
Wedstrijdzwemmen
1. 200 meter schoolslag.
2. Schoolslag keerpunt.
3. 125 meter borstcrawl.
4. Borstcrawl keerpunt.
5. Estafette wissel bc.
6. 125 meter rugcrawl.
7. Rugcrawl start.
8. Rugcrawl keerpunt.
9. 50 meter vlinderslag.
10. Vlinderslag keerpunt.
11. 20 meter onderwater zwemmen.
|
Zwem en polo
diploma-6
 |
Waterpolo
1. 1 hand gooien en 1 hand werpen van de bal over een afstand van 10
meter op een zwemmende speler(ster).
2. Gedurende 60 sec. ongelijkzijdig watertrappen, waarvan 30 sec. een
bal van de ene naar de andere hand gooien en dan 30 sec. met 2 armen
boven je hoofd watertrappen.
3. 50 meter waterpolo borstcrawl ondertussen de bal met de backhand
methode overgooien naar je mede speler(ster)
4. Sprong halve draai dan de bal naar de kant gooien.
Wedstrijdzwemmen
1. 200 meter schoolslag.
2. Schoolslag keerpunt.
3. 150 meter borstcrawl.
4. Borstcrawl keerpunt.
5. 150 meter rugcrawl.
6. Rugcrawl start.
7. Rugcrawl keerpunt.
8. 50 meter vlinderslag.
9. Vlinderslag keerpunt.
10. 25 meter onderwater zwemmen.
|
|
Prestatiebrevetten |
|
Prestatiebrevet-1
 |
25 meter borstcrawl
25 meter rugcrawl
25 meter schoolslag in max. 30 sec.
25 meter vlinderslag
|
Prestatiebrevet-2
 |
25 meter borstcrawl in max. 23
sec.
25 meter rugcrawl in max. 27 sec.
25 meter schoolslag in max. 27 sec.
25 meter vlinderslag in max. 30 sec.
|
Prestatiebrevet-3
 |
50 meter borstcrawl in max. 43
sec.
50 meter rugcrawl in max. 51 sec.
50 meter schoolslag in max. 54 sec.
25 meter vlinderslag in max. 27 sec.
|
Prestatiebrevet-4
 |
meisjes/dames jongens/heren
50 meter borstcrawl max. 40 sec. max. 37 sec.
50 meter rugcrawl max. 48 sec.
max. 45 sec.
50 meter schoolslag max. 50 sec. max. 47 sec.
50 meter vlinderslag max. 54 sec. max. 51 sec.
|
Prestatiebrevet-5
 |
meisjes/dames
jongens/heren
100 meter borstcrawl max. 1 min. 22 sec. 1 min. 20 sec.
100 meter rugcrawl max. 1 min. 38 sec. 1
min. 36 sec.
100 meter schoolslag max. 1 min. 40 sec. 1 min. 38 sec.
50 meter vlinderslag max. 50 sec.
48 sec.
|
Prestatiebrevet-6
 |
meisjes/dames
jongens/heren
100 meter borstcrawl max. 1 min. 18 sec. 1 min. 16 sec.
100 meter rugcrawl max. 1 min. 34 sec. 1
min. 32 sec.
100 meter schoolslag max. 1 min. 36 sec. 1 min. 34 sec.
100 meter vlinderslag max. 1 min. 39 sec. 1 min. 37
sec.
|
|
Officiële
NPZ|NRZ diploma's |
Zwemvaardigheidsdiploma-1
 |
Gekleed zwemmen:
-
Te
water gaan van de bassinrand of een startblok met sprong naar keuze
(helemaal onder water gaan); na het boven water komen aansluitend
-
al watertrappend, van een
(meegenomen of toegeworpen) plastic zak een drijfmiddel maken en
hiermee 30 seconden blijven drijven; aansluitend
-
proef afronden met
zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
-
Te water gaan van de
bassinrand of een startblok met een kopsprong, direct gevolgd door
(zonder boven water te komen)
-
onder water oriënteren en
onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water
hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start-)kant bevindt;
vervolgens schoolslag tot 25 meter, daarna
-
50 meter enkelvoudige
rugslag, 2 keer onderbroken door een koprol achterover,
-
50 meter schoolslag, 2
keer onderbroken door: onder een vlot in de lengte (minimaal 1,5
meter) door zwemmen, vervolgens erop klimmen en aan de
tegenoverliggende kant eraf gaan, wederom onder het vlot door
zwemmen
-
proef afronden met
zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
-
Tweetallen. Een deelnemer
die in het water ligt met behulp van een flexibeam of lesplankje
naar de kant trekken.
N.B. Het kledingpakket is: badkleding T-shirt, blouse of hemd met lange
mouwen lange broek (lange broeken die naadloos aansluiten op de huid
zijn niet toegestaan) schoenen (plastic, leren en sportschoenen zijn
toegestaan; schoenen zonder echte zool zijn niet toegestaan).
In badkleding:
-
Te
water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar
keuze, onmiddellijk gevolgd door 150 meter schoolslag, waarbij
minimaal 2 keer een correct keerpunt wordt gemaakt.
-
Starten in het water
(handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 25 meter
samengestelde rugslag.
-
Te water gaan van de
bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 25
meter borstcrawl.
-
Starten in het water
(handen aan stang, bassinrand of startblok) met wedstrijdstart,
gevolgd door 25 meter rugcrawl.
-
Te water gaan van de
bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 8
meter (beginners)vlinderslag.
-
Te water gaan van de
bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze; een aantal
slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van
een hoekduik en daarna het aantikken van drie pilonnen, die op een
onderlinge afstand van 2 meter minimaal 2 meter onder het
wateroppervlak zijn opgesteld.
-
In het water, rugligging,
handen bij de heupen, 5 meter wrikken (stuwen) in de richting van
het hoofd, proef afronden met een gehurkte draai (360°).
-
In het water, tweetallen,
4 x de bal werpen.
-
Starten in het water, 10
meter polocrawl zwemmen.
-
30 Seconden ongelijkzijdig
watertrappen.
|
Zwemvaardigheidsdiploma-2
 |
Gekleed zwemmen:
-
Te
water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong
voorwaarts (helemaal onder water gaan); na het boven water komen
aansluitend
-
al watertrappend, van een
(meegenomen of toegeworpen) plastic zak een drijfmiddel maken en
hiermee 1 minuut blijven drijven; aansluitend
-
proef afronden met
zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
-
Te water gaan van de
bassinrand of een startblok met een kopsprong, direct gevolgd door
(zonder boven water te komen)
-
onder water oriënteren en
onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water
hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start-)kant bevindt, waarna
(zonder boven water te komen) een pilon op 12 meter (van de
startkant) wordt aangetikt; vervolgens schoolslag tot 25 meter;
daarna
-
50 meter enkelvoudige
rugslag, 1 keer onderbroken door een koprol voorover en een koprol
achterover, daarna
-
50 meter schoolslag,
waarbij 1 keer het volgende onderdeel wordt uitgevoerd met
tweetallen:
deelnemer A en B zwemmen
naar elkaar toe, deelnemer A legt de handen op de schouders van
deelnemer B en duwt deze even onder water terwijl hij/zij er
overheen zwemt. Deelnemer B zwemt onder deelnemer A door;
-
proef afronden met
zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
-
Tweetallen. Vanaf de kant
met een hurksprong te water gaan met een flexibeam of lesplankje in
de hand, vervolgens de kant vastpakken, flexibeam of lesplankje
laten vastpakken door de deelnemer die in het water ligt en deze
naar de kant trekken.
NB. Het kledingpakket is: badkleding T-shirt, blouse of hemd met lange
mouwen lange broek (lange broeken die naadloos aansluiten op de huid
zijn niet toegestaan) schoenen (plastic, leren en sportschoenen zijn
toegestaan; schoenen zonder echte zool zijn niet toegestaan).
In badkleding:
-
Te
water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar
keuze, onmiddellijk gevolgd door 175 meter schoolslag, waarbij
minimaal 2 keer een correct keerpunt wordt gemaakt.
-
Starten in het water
(handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 50 meter
samengestelde rugslag.
-
Te water gaan van de
bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 50
meter borstcrawl.
-
Starten in het water
(handen aan stang, bassinrand of startblok) met wedstrijdstart,
gevolgd door 50 meter rugcrawl.
-
Te water gaan van de
bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 10
meter vlinderslag.
-
Te water gaan van de
bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, een aantal
slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van
een hoekduik en daarna onder water door 2 staande hoepels zwemmen
die op een onderlinge afstand van 2 meter minimaal 1,5 meter onder
het wateroppervlak zijn opgesteld.
-
In het water, rugligging,
handen bij de heupen, 5 meter wrikken (stuwen) in de richting van de
voeten; proef afronden met een gehurkte draai (360°) rechtsom,
uitstrekken en aansluitend een draai (360°) linksom.
-
In het water, met
tweetallen, 4 x de bal werpen.
-
Starten in het water, 10
meter zwemmen met de bal met de polocrawl
-
30 Seconden ongelijkzijdig
watertrappen, op signaal 3 keer omhoog komen.
|
Zwemvaardigheidsdiploma-3
 |
Gekleed zwemmen:
-
Te water gaan
van de bassinrand of een startblok met een sprong
voorwaarts (helemaal onder water gaan); na het boven
water komen aansluitend
-
al
watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen)
plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden
blijven drijven, daarna onder water gaan, de plastic zak
legen, weer boven komen en opnieuw met lucht vullen en
30 seconden drijven,
-
proef afronden
met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
-
Te water gaan
van de bassinrand of een startblok met een kopsprong
direct gevolgd door (zonder boven water te komen)
-
onder water
oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een
verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter
van de (start-)kant bevindt, waarna (zonder boven water
te komen) een pilon op 15 meter wordt aangetikt;
vervolgens schoolslag tot 25 meter, daarna
-
50 meter
enkelvoudige rugslag, 1 keer onderbroken door twee
koprollen voorover en twee koprollen achterover; daarna
-
50 meter
schoolslag, onderbroken door: een hoekduik, onder water
door een poortje heen, een halve draai om de lengte-as
maken naar rugligging en zo boven water komen;
-
proef afronden
met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
-
Tweetallen.
Vanaf de kant met een hurksprong te water gaan met een
flexibeam of lesplankje in de hand, flexibeam of
lesplankje laten vastpakken door de deelnemer die
minimaal 10 meter vanaf de kant in het water ligt en
deze 10 meter in rugligging naar de kant trekken.
NB. Het
kledingpakket is: badkleding T-shirt, blouse of hemd met
lange mouwen lange broek (lange broeken die naadloos
aansluiten op de huid zijn niet toegestaan) schoenen
(plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan; schoenen
zonder echte zool zijn niet toegestaan).
In badkleding:
-
Te water gaan
van de bassinrand of een startblok met een sprong naar
keuze, onmiddellijk gevolgd door 200 meter schoolslag,
waarbij minimaal 3 keer een correct keerpunt wordt
gemaakt.
-
Starten in het
water (handen aan stang, bassinrand of startblok),
gevolgd door 75 meter samengestelde rugslag.
-
Te water gaan
van de bassinrand of een startblok met een startsprong,
gevolgd door 75 meter borstcrawl, waarbij minimaal 1
tuimelkeerpunt wordt gemaakt.
-
Starten in het
water (handen aan stang, bassinrand of startblok) met
wedstrijdstart, gevolgd door 75 meter rugcrawl, waarbij
minimaal 1 keerpunt wordt gemaakt.
-
Te water gaan
van de bassinrand of een startblok met een startsprong,
gevolgd door 15 meter vlinderslag.
-
Te water gaan
van de bassinrand of een startblok met een sprong naar
keuze, een aantal slagen schoolslag zwemmen,
onmiddellijk gevolgd door het maken van een hoekduik en
daarna onder water een hoepel van de bodem optillen
(deze bevindt zich horizontaal op de bodem, minimaal 2
meter diep), er doorheen gaan en vervolgens weer boven
water komen.
-
In het water,
rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken
(stuwen) in de richting van het hoofd, aansluitend een
salto achterover gehurkt.
-
Starten in het
water, 10 meter zwemmen met de bal met de polocrawl, met
z’n tweeën naast elkaar, de bal twee keer naar elkaar
overspelen.
-
30 Seconden
ongelijkzijdig watertrappen, waarbij de bal minimaal 3
keer wordt overgegeven van de ene naar de andere hand,
ruim boven het wateroppervlak.
|
|
|
|
|
AquaSportief |
|